4kleuren_logo

PBS verhoogde vloeren

Eisen aan ondergrond

De ondervloer van een project wordt door PBS voor het aannemen van het project gecontroleerd op vlakheid, verloop en hechtsterkte. Deze controlepunten zijn van essentieel belang voor een juist uitvoeringsproces en vlotte montage.

De ondervloer moet zijn voorzien van een gladde afwerklaag. Deze vijzel kan al worden gemonteerd op een betonnen vloer die onder de rei is afgewerkt. Door de stelmogelijkheden van de vijzel wordt altijd een waterpas eindresultaat gerealiseerd. Er mogen echter geen grote rullen in het beton zitten van groter dan 1 cm hoogte i.v.m. kans op scheefstaande vijzels. De vijzels hebben bij een lage vloer van 50 mm maar een stelmogelijkheid van + en – 3 mm. Wanneer de ondervloer veel oneffenheden heeft zal dit nadelig zijn voor de montagesnelheid. Bij vloeren hoger dan 120 mm. is er meestal ruim voldoende stelmogelijkheid van + en – van 10 mm. zodoende is dit minder essentieel.

Voor de juist montage van de vijzels dienen de volgende vlakheidstoleranties nageleefd te worden voor betonnen ondervloeren:

  • Globale vlakheid met een lat van 2 meter ca. Δ9 mm. hoogteverschil
  • Lokale vlakheid met een lat van 20 cm ca. Δ4 mm. hoogteverschil

De ondervloer moet een hechting toelaten die voldoet aan de minimale treksterkte volgens de IBM-norm. De vijzelvoet wordt namelijk met behulp van een Pu lijm of tweecomponentenlijm op basis van epoxyhars aan de ondervloer gefixeerd. Wanneer deze hechtsterkte niet toereikend is zal de vloer onstabiel raken bij hogere dynamische lasten.

De ondervloer mag maar een verleidelijk verloop hebben zoals in onderstaande tabel is omschreven. Wanneer een vloer maar een beperkte stelmogelijkheid heeft, zoals bij lage vloeren van bijvoorbeeld een afgewerkte hoogte van 50 mm., moeten wij deze grotere verschillen in hoogte en verloop opvangen door het plaatsen van andere hogere of lagere vijzels. Conform de DIN 18202 zijn onderstaande waardes toegestaan in het verloop van een ondervloer.

Afstand d (meters) tussen
een punt van de vloer en
het dichtstbijzijnde peil
Afwijking (mm.) 
≤ 1   ± 6
1 < d ≤ 3  ± 8
3 < d ≤ 6    ± 12
6< d ≤ 15    ± 16
15 < d ≤ 30     ± 20 
d > 30        ± 25    

Controle van de vlakheid van de ondervloer

Voor het controleren van de vlakheid van de ondervloer heeft men slechts een rechte houten lat nodig met aan de uiteinden houten blokje van 2 cm. dikte. Vervolgens pakt men er een los blokje bij van 4 cm. l x b x d.

Onderstaande afbeelding geeft 3 situaties weer t.b.v. de beoordeling van de vlakheid van de ondervloer. Wanneer de situaties buiten de tolerantie vallen dienen er maatregelen getroffen te worden om de benodigde vlakheid te behalen. Neem gerust contact met ons op voor de mogelijkheden.

Situatie 1:  Indien 1 van de uiteinde van de lat de vloer niet raken is de vlakheid buiten de tolerantie.

Situatie 2:  Indien beiden uiteinden van de lat de vloer wel raken maar het blokje past er onder door valt de vlakheid buiten de tolerantie.

Situatie 3:  Indien beiden uiteinden van de lat de vloer wel raken maar het blokje past er niet onder valt de vlakheid binnen de tolerantie.

*blokje 1 staat voor